24.01
2020

Verhoogt uw tussenkomst in de vervoerskosten vanaf 1 februari 2020?

Naar jaarlijkse gewoonte passen de NMBS en De Lijn hun tarieven aan vanaf 1 februari 2020. In sommige gevallen heeft de verhoging tot gevolg dat u ook meer moet betalen aan uw werknemers als tussenkomst in hun vervoerskosten.

In dit artikel vindt u een samenvatting van de verschillende mogelijkheden per vervoermiddel.

Openbaar vervoer per trein

Als werkgever bent u verplicht om tussen te komen in de kosten van uw werknemers indien deze met de trein komen werken.

Is in uw sector geen regeling getroffen of verwijst de cao in uw sector naar de vaste tarieven van cao 19/9 van de NAR, dan wijzigt er op 1 februari 2020 niets. De werkgeverstussenkomst in de prijs van de treinkaart werd reeds op 1 juli 2019 aangepast.

Andere sectoren baseren de werkgeverstussenkomst op de werkelijke prijzen van de treinkaarten van de NMBS. De verhoging van de NMBS-tarieven vanaf 1 februari 2020 met 2,87% heeft dan mogelijk wel een stijging van de werkgeverstussenkomst tot gevolg.

Ook in de sectoren die voorzien dat de werkgever een derdebetalersregeling met de NMBS moet afsluiten, heeft de verhoging van de NMBS-tarieven gevolgen. De werkgever betaalt in dat systeem minstens 80% van de kostprijs van het treinabonnement rechtstreeks aan de NMBS. De overheid betaalt het resterende gedeelte eveneens rechtstreeks aan de NMBS. De werknemer hoeft zelf dus niets te betalen.

Opgelet: heeft u in 2019 een derdebetalersregeling toegepast voor één of meerdere werknemers, dan kan u via de website van de NMBS een overzicht bekomen van de vergoedingen die u rechtstreeks aan de NMBS heeft betaald. Gelieve dit overzicht zeker vóór 31 januari 2020 aan een medewerker van CLB Sociaal Secretariaat te bezorgen, mocht dit nog niet gebeurd zijn. Enkel dan kunnen wij dit correct op de fiscale fiche 281.10 van 2019 vermelden.

Ander openbaar vervoer

Ook de werknemers die met de bus, tram of metro naar het werk komen, hebben recht op een tussenkomst in hun vervoerskosten.

Heeft de sector geen regeling getroffen, dan bent u verplicht om tussen te komen indien de afstand tussen de vertrekhalte en de werkplaats ten minste 5 kilometer bedraagt.

Vanaf 1 juli 2020 wordt de minimumafstand van 5 km afgeschaft.

De tussenkomst verschilt naargelang de prijs van het abonnement al dan niet berekend wordt in functie van de afgelegde afstand:

  • de prijs hangt af van de afstand: de tegemoetkoming van de werkgever is gelijk aan de prijs van de treinkaart voor de overeenstemmende afstand. Hier gelden m.a.w. ook de bedragen van cao 19/9. De werkgeverstussenkomst is echter beperkt tot 75% van de effectieve kostprijs van het vervoersabonnement;
  • de prijs is een eenheidsprijs, ongeacht de afstand: de tussenkomst van de werkgever bedraagt 71,8% van de effectieve kostprijs van het vervoersbewijs.

De tarieven van De Lijn wijzigen ook vanaf 1 februari 2020.

De algemene werkgeversbijdrage in Buzzy Pazz en Omnipas wordt vanaf 1 februari 2020:

 

Buzzy Pazz

Omnipas

1 maand

€ 23,69

€ 35,18

3 maanden

€ 58,16

€ 91,90

12 maanden

€ 154,37

€ 236,22

 

Privé-vervoer

Wettelijk gezien is er geen algemene verplichte tussenkomst in de kosten indien de werkgever zijn eigen vervoermiddel gebruikt. Toch is in de meeste sectoren ook hiervoor een werkgeversbijdrage voorzien.

Voor de sectoren die hun tussenkomst berekenen op basis van cao 19/9 wijzigt er niets op 1 februari 2020.

In sectoren waar de tussenkomst van de werkgever berekend wordt op een percentage van de NMBS-tarieven van de treinkaarten zijn er mogelijk wel wijzigingen.

Ook voor sectoren die een indexmechanisme afgesproken hebben, moet er mogelijk een aanpassing gebeuren.

Fietsvergoeding

Werknemers die met de fiets komen werken, hebben recht op een tussenkomst indien de sector dit voorziet.

Sommige sectoren baseren zich op het maximaal vrijgesteld bedrag per kilometer voor de RSZ en de fiscus dat sinds 1 januari 2019 € 0,24 per kilometer bedraagt.

Fiscale vrijstelling

De tussenkomst die u betaalt indien de werknemer zijn privé-vervoermiddel (eigen wagen, motor) voor zijn woon-werkverplaatsingen gebruikt, is in principe een belastbare bezoldiging.

Voor 2020 wordt er bij de berekening van de bedrijfsvoorheffing maandelijks een vast bedrag van minimum € 34,20 vrijgesteld.

De vrijstelling geldt enkel voor de werknemer die opteert voor een forfaitaire aftrek van zijn beroepskosten in de personenbelasting.

Gelieve ons daarom zeker te verwittigen indien de fiscale vrijstelling niet in de bedrijfsvoorheffing toegepast mag worden voor uw werknemer omdat deze werknemer ervoor kiest om zijn werkelijke beroepskosten te bewijzen.

CLB Group
Industrieterrein Kolmen 1085
3570 Alken
011 31 23 41
011 31 45 67
Volg ons op