Vergoedingen voor auteursrechten zijn onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen. Daarnaast geldt er een fiscaal gunstregime voor deze vergoedingen. Dat fiscaal gunstregime, meer bepaald de forfaitaire kostenaftrek, wordt voortaan beperkt.
Auteursrechten: beperking forfaitaire kostenaftrek gepubliceerd
:focal())
Wat wijzigt er vanaf 1 januari 2026?
Tot en met 31 december 2025 kon op de bruto auteursvergoeding, na aftrek van de sociale zekerheidsbijdragen, een voordelig kostenforfait worden toegepast. Deze regeling gold voor alle rechthebbenden op auteursrechten.
Met retroactieve uitwerking vanaf 1 januari 2026 wordt de toepassing van dit kostenforfait beperkt. Voortaan is een kunstwerkattest vereist om van de forfaitaire kostenaftrek gebruik te kunnen maken.
Werknemers met een kunstwerkattest
Werknemers die beschikken over een gewoon kunstwerkattest of een kunstwerkattest 'plus' kunnen het bestaande kostenforfait blijven toepassen op hun auteursrechtenvergoedingen.
Het kostenforfait bedraagt:
50% op de eerste schijf tot € 20.590 (aanslagjaar 2027)
25% op de tweede schijf tot € 41.180 (aanslagjaar 2027)
Geen kostenaftrek boven € 41.180 (aanslagjaar 2027)
Het bedrag dat overblijft na de forfaitaire kostenaftrek is onderworpen aan een roerende voorheffing van 15%, zolang aan bepaalde voorwaarden is voldoen.
Zelfs al beschikt de persoon die de auteursrechtenvergoeding ontvangt over het vereiste kunstwerkattest, dan nog mag de aftrek van het kostenforfait niet onbeperkt worden toegepast. Het forfait geldt namelijk alleen voor inkomsten uit activiteiten die gedekt worden door een dergelijk attest op het moment van betaling of toekenning.
Werknemers zonder kunstwerkattest of met een kunstwerkattest 'starter'
Werknemers die niet beschikken over een kunstwerkattest, evenals houders van een kunstwerkattest “starter”, kunnen vanaf 1 januari 2026 geen gebruik meer maken van de forfaitaire kostenaftrek.
Deze beperking geldt zowel voor de hierboven vermelde degressieve forfaitaire kostenaftrek als voor de afzonderlijke forfaitaire kostenaftrek van 15%.
Concreet is dus voortaan de bruto auteursvergoeding, na aftrek van de sociale zekerheidsbijdragen, onderworpen aan een roerende voorheffing van 15%, zolang aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
Voor deze werknemers blijft het wel mogelijk om hun werkelijke beroepskosten af te trekken. Dit dient de werknemer zelf af te stemmen met de boekhouder en heeft geen invloed op de loonberekening.
Wat is een kunstwerkattest?
Er bestaan 3 soorten kunstwerkattesten:
Gewoon kunstwerkattest: een erkenning voor professionele kunstenaars die voldoende artistieke activiteit kunnen aantonen
Kunstwerkattest 'plus': een kunstwerkattest voor kunstenaars met een meer uitgebreide of duurzame professionele praktijk
Kunstwerkattest 'starter': een tijdelijk attest voor beginnende kunstenaars die nog niet voldoende artistieke prestaties kunnen bewijzen
Deze kunstwerkattesten moeten worden aangevraagd bij de Kunstwerkcommissie, die hierover zal oordelen.
Inwerkingtreding
De beperking van de forfaitaire kostenaftrek treedt retroactief in werking vanaf 1 januari 2026 en is van toepassing op alle auteursrechtenvergoedingen die sinds die datum werden toegekend.
Voor de inhouding van de roerende voorheffing op inkomsten uit auteursrechten geldt de beperking echter pas vanaf de tiende dag na publicatie in het Belgisch Staatsblad, dus vanaf 11 juni 2026.
Opgelet, de beperking zal worden rechtgezet via de personenbelasting van de werknemer. Personen zonder het vereiste kunstwerkattest voor wie de afgelopen maanden een forfaitaire kostenaftrek werd toegepast, zullen bij hun belastingberekening mogelijk moeten bijbetalen. De inkomsten uit auteursrechten moeten namelijk worden opgenomen in de aangifte personenbelasting.
De nodige aanpassingen zullen worden doorgevoerd vanaf de loonberekening van juni 2026. |
|---|
Auteursrechten voor computerprogramma's
De programmawet van 30 mei 2026 bevat geen bepaling met betrekking tot de toepassing van het auteursrechtenregime op computerprogramma's. Een uitbreiding van het regime naar computerprogramma's werd dus nog niet gepubliceerd.
Tijdens de parlementaire bespreking verduidelijkte minister Jambon wel de draagwijdte van de aangekondigde uitbreiding naar computerprogramma's. Hij bevestigde daarbij dat het volstaat dat het computerprogramma voor reproductie wordt gebruikt. Het zou dus niet vereist zijn dat tegelijk sprake is van mededeling aan het publiek, openbare uitvoering of opvoering én reproductie. Hierdoor zou ook software, die wordt ontwikkeld voor intern gebruik of voor één specifieke klant, binnen het toepassingsgebied kunnen vallen.
Bron: Programmawet van 30 mei 2026, BS 1 juni 2026.
:focal())
:focal())
:focal())