In het verleden moest een deeltijdse werknemer minstens 1/3de van de wekelijkse arbeidsduur van een voltijdse werknemer presteren. In een 38-urenweek moest de deeltijdse werknemer dus minstens 12,667 uur per week werken.
Sedert 1 juni 2026 is er een nieuwe minimale grens van toepassing en moet een deeltijdse werknemer per week minimum 1/10de van een voltijds uurrooster van dezelfde categorie in de onderneming tewerkgesteld worden. Als er geen voltijdse werknemers van dezelfde categorie zijn in de onderneming, dan geldt de voltijdse arbeidsduur die in de sector van toepassing is.
Minimale wekelijkse arbeidsduur bij deeltijdse arbeid
:focal())
Afwijkingen via koninklijk besluit of cao
Onder de oude regeling kon een cao gesloten binnen de sector of de onderneming afwijken van het wettelijk minimum voor deeltijdse werknemers. Deze kon de minimale wekelijkse arbeidsduur verhogen of verlagen. Deze mogelijkheid om af te wijken blijft bestaan.
Heel wat sectoren voorzien reeds een afwijking op het wettelijk minimum voor deeltijdse werknemers. Deze bestaande afwijkingen blijven behouden. Het zal dus afhangen van de concrete cao-regeling in de sector of onderneming of het al dan niet mogelijk is om het wettelijk minimum van 1/10de toe te passen of om daarvan af te wijken.
Daarnaast voorziet een koninklijk besluit van 21 december 1992 enkele afwijkingen op het wettelijk minimum voor deeltijdse werknemers, zoals voor werklieden tewerkgesteld volgens een vast uurrooster die uitsluitend de bedrijfslokalen van hun werkgever schoonmaken, werknemers in progressieve werkhervatting, … Dit koninklijk besluit werd aangepast, met een verwijzing naar de minimale wekelijkse arbeidsduur van 1/10de in de plaats van 1/3de. In deze situaties kan de minimale wekelijkse arbeidsduur dus lager zijn dan 1/10de.
Lopende deeltijdse arbeidsovereenkomsten
De wetswijziging brengt geen automatische wijziging teweeg van de reeds bestaande deeltijdse arbeidsovereenkomsten. De overeengekomen wekelijkse arbeidsduur dient dus te worden gerespecteerd.
Een eventuele verlaging van de wekelijkse arbeidsduur naar 1/10de zal dus contractueel overeengekomen moeten worden.
Deeltijdse werknemer met behoud van rechten
Volledig werklozen die een deeltijdse job vinden, kunnen bij de RVA het statuut van deeltijdse werknemer met behoud van rechten aanvragen. Indien zij ontslagen worden in hun deeltijdse job, dan kunnen zij opnieuw uitkeringen verkrijgen alsof ze voltijds hebben gewerkt. Bovendien kunnen zij via de RVA een inkomensgarantie-uitkering ontvangen bovenop hun deeltijds loon.
Er moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan om dit statuut te bekomen, waaronder een minimale wekelijkse arbeidsduur. Deze grens werd ook verlaagd tot 1/10de van een voltijdse maatpersoon.
3-urenregel blijft van toepassing
De verplichting dat elke werkperiode minimum 3 uren dient te bedragen, blijft van toepassing. Hierop bestaan ook afwijkingen via koninklijk besluit of cao.
Bron: Wet van 18 mei 2026 houdende diverse arbeidsbepalingen, BS 1 juni 2026.
:focal())
:focal())
:focal())