04/06/2026

Minimale wekelijkse arbeidsduur bij deeltijdse arbeid

In het verleden moest een deeltijdse werknemer minstens 1/3de van de wekelijkse arbeidsduur van een voltijdse werknemer presteren. In een 38-urenweek moest de deeltijdse werknemer dus minstens 12,667 uur per week werken.

Sedert 1 juni 2026 is er een nieuwe minimale grens van toepassing en moet een deeltijdse werknemer per week minimum 1/10de van een voltijds uurrooster van dezelfde categorie in de onderneming tewerkgesteld worden. Als er geen voltijdse werknemers van dezelfde categorie zijn in de onderneming, dan geldt de voltijdse arbeidsduur die in de sector van toepassing is.

Afwijkingen via koninklijk besluit of cao

Onder de oude regeling kon een cao gesloten binnen de sector of de onderneming afwijken van het wettelijk minimum voor deeltijdse werknemers. Deze kon de minimale wekelijkse arbeidsduur verhogen of verlagen. Deze mogelijkheid om af te wijken blijft bestaan.

Heel wat sectoren voorzien reeds een afwijking op het wettelijk minimum voor deeltijdse werknemers. Deze bestaande afwijkingen blijven behouden. Het zal dus afhangen van de concrete cao-regeling in de sector of onderneming of het al dan niet mogelijk is om het wettelijk minimum van 1/10de toe te passen of om daarvan af te wijken.

Daarnaast voorziet een koninklijk besluit van 21 december 1992 enkele afwijkingen op het wettelijk minimum voor deeltijdse werknemers, zoals voor werklieden tewerkgesteld volgens een vast uurrooster die uitsluitend de bedrijfslokalen van hun werkgever schoonmaken, werknemers in progressieve werkhervatting, … Dit koninklijk besluit werd aangepast, met een verwijzing naar de minimale wekelijkse arbeidsduur van 1/10de in de plaats van 1/3de. In deze situaties kan de minimale wekelijkse arbeidsduur dus lager zijn dan 1/10de.

Lopende deeltijdse arbeidsovereenkomsten

De wetswijziging brengt geen automatische wijziging teweeg van de reeds bestaande deeltijdse arbeidsovereenkomsten. De overeengekomen wekelijkse arbeidsduur dient dus te worden gerespecteerd.

Een eventuele verlaging van de wekelijkse arbeidsduur naar 1/10de zal dus contractueel overeengekomen moeten worden.

Deeltijdse werknemer met behoud van rechten

Volledig werklozen die een deeltijdse job vinden, kunnen bij de RVA het statuut van deeltijdse werknemer met behoud van rechten aanvragen. Indien zij ontslagen worden in hun deeltijdse job, dan kunnen zij opnieuw uitkeringen verkrijgen alsof ze voltijds hebben gewerkt. Bovendien kunnen zij via de RVA een inkomensgarantie-uitkering ontvangen bovenop hun deeltijds loon.

Er moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan om dit statuut te bekomen, waaronder een minimale wekelijkse arbeidsduur. Deze grens werd ook verlaagd tot 1/10de van een voltijdse maatpersoon.

3-urenregel blijft van toepassing

De verplichting dat elke werkperiode minimum 3 uren dient te bedragen, blijft van toepassing. Hierop bestaan ook afwijkingen via koninklijk besluit of cao.

Bron: Wet van 18 mei 2026 houdende diverse arbeidsbepalingen, BS 1 juni 2026.

Gerelateerde artikels

16/07/2026
Energiesteunmaatregelen: verhoging forfaitaire kilometervergoeding – bedrag juni 2026
In het kader van de energiecrisis heeft de regering een steunmaatregel genomen m.b.t. de forfaitaire kilometervergoeding die je voor beroepsverplaatsingen kan betalen aan jouw werknemers. Het forfaitair bedrag voor de maand juni 2026 werd zopas bekend gemaakt en bedraagt € 0,5055 per kilometer.
Lees meer
Lees meer
16/07/2026
Toekenning jaarlijkse premies in juli 2026
In een aantal sectoren hebben de werknemers ook recht op een jaarlijkse brutopremie. Samen met de lonen van de maand juli 2026 zullen onze diensten een brutopremie boeken voor de werknemers uit PC 142.01, tenzij er gekozen werd voor een alternatieve besteding.
Lees meer
Lees meer
16/07/2026
Wet tot hervorming van de personenbelasting goedgekeurd
Deze wet voert verschillende fiscale maatregelen uit het zomerakkoord in, met onder andere wijzigingen voor overuren, voordelen alle aard en auteursrechten voor de IT-sector. Deze maatregelen zijn gericht op het verhogen van de koopkracht en het versterken van de financiële aantrekkelijkheid van werk.
Lees meer
Lees meer