Op 1 juni 2026 werd de wet betreffende de nieuwe regeling van de vrijwillige overuren gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
De wet heeft echter retroactieve uitwerking vanaf 1 april 2026, waardoor werkgevers en werknemers reeds sinds die datum gebruik kunnen maken van de nieuwe regeling.
De nieuwe regeling vervangt in de praktijk de tijdelijke relance-overuren die konden worden gepresteerd tot en met 31 maart 2026 en creëert een structureel kader voor vrijwillige overuren.
Nieuwe regeling vrijwillige overuren
:focal())
Nieuwe regeling: tot 360 vrijwillige overuren per jaar
Vanaf 1 april 2026 geldt één uniforme regeling van vrijwillige overuren voor alle sectoren.
De belangrijkste kenmerken zijn:
werknemers kunnen jaarlijks tot 360 vrijwillige overuren presteren;
er is geen specifieke reden of motief vereist;
de gepresteerde uren geven geen recht op inhaalrust;
deze uren worden niet meegerekend voor de interne grens van de arbeidsduur;
de relance-overuren die tijdens het eerste kwartaal van 2026 werden gepresteerd, worden aangerekend op het contingent van 360 vrijwillige overuren voor het kalenderjaar 2026.
Voor 240 van deze 360 vrijwillige overuren is geen overloon verschuldigd.
Voor de horecasector wordt het jaarlijkse contingent verhoogd tot 450 vrijwillige overuren, waarvan 360 uren zonder overloon kunnen worden gepresteerd.
Daarnaast wordt de administratie vereenvoudigd. Het schriftelijk akkoord van de werknemer om vrijwillige overuren te presteren wordt voortaan afgesloten voor één jaar in plaats van 6 maanden. Na afloop wordt dit akkoord automatisch verlengd met telkens één jaar, tenzij één van de partijen het tijdig opzegt. Het akkoord kan te allen tijde door elke partij schriftelijk worden opgezegd mits naleving van een opzeggingstermijn van een maand die ingaat de dag na de opzegging.
Wat met bestaande akkoorden?
De wet bevat overgangsbepalingen voor reeds afgesloten akkoorden inzake vrijwillige overuren.
Akkoorden afgesloten vóór 1 april 2026
Een akkoord dat vóór 1 april 2026 werd afgesloten en waarvan de geldigheidsduur na die datum verder loopt, blijft geldig tot de oorspronkelijk overeengekomen einddatum. Daarna moet een nieuw akkoord worden afgesloten volgens de nieuwe regels, met een geldigheidsduur van één jaar en een systeem van stilzwijgende verlenging.
Akkoorden afgesloten in de periode van 1 april 2026 t.e.m. 30 mei 2026
Ook akkoorden die in de periode van 1 april 2026 t.e.m. 30 mei 2026 werden afgesloten voor een periode van 6 maanden, blijven geldig tot hun voorziene einddatum. Nadien zal een nieuw akkoord moeten worden opgesteld overeenkomstig de nieuwe regeling.
Akkoorden die tijdens deze overgangsperiode reeds voor een duur van één jaar werden afgesloten, blijven eveneens geldig onder de toepassing van de nieuwe wetgeving.
Opgelet: strengere voorwaarden voor deeltijdse werknemers
De mogelijkheid voor deeltijdse werknemers om vrijwillige overuren te verrichten wordt vanaf 1 april 2026 beperkt.
Voortaan kunnen deeltijdse werknemers enkel vrijwillige overuren presteren wanneer:
er sprake is van een tijdelijke vermeerdering van werk; én
de werknemer reeds minstens 3 jaar deeltijds tewerkgesteld is.
Deze bijkomende voorwaarden zijn niet van toepassing op deeltijdse werknemers die op de datum van publicatie van de wet, namelijk 1 juni 2026, reeds gebonden waren door een geldig akkoord met hun werkgever om vrijwillige overuren te presteren.
Verder bevestigt de wet uitdrukkelijk dat werknemers die hun arbeidsprestaties hebben verminderd in het kader van een loopbaanonderbreking of een thematisch verlof (zoals 1/2de, 1/5de of 1/10de ouderschapsverlof) geen vrijwillige overuren kunnen presteren.
Bron: Wet van 18 mei 2026 houdende wijzigingen met betrekking tot de regeling van de vrijwillige overuren en van het Sociaal Strafwetboek, BS 1 juni 2026.
:focal())
:focal())
:focal())