08/10/2026

Advies van de NAR over tijdsregistratie

Vanaf 1 januari 2027 wil de federale regering een algemene verplichting invoeren om de arbeidstijd van werknemers te registreren. In ons CLB magazine van oktober-november 2026 zijn we hier dieper op ingegaan.

De minister van Werk heeft de Nationale Arbeidsraad (NAR) gevraagd om advies te geven over een voorontwerp van wet. De NAR heeft op 30 september 2026 dit advies uitgebracht.

Standpunt van de werknemersorganisaties

De werknemersorganisaties zijn voorstander van de algemene invoering van een systeem van arbeidstijdregistratie, maar vinden dat het voorontwerp niet ver genoeg gaat. Zij betreuren dat het voorontwerp niet bepaalt dat het systeem toegankelijk moet zijn. Daarnaast zijn zij van oordeel dat een systeem dat alleen de afwijkingen van het toepasselijke vaste of variabele uurrooster registreert niet volstaat. Ook menen zij dat de wet moet vermelden welke gegevens minimaal geregistreerd moeten worden.

Het voorontwerp sluit een aantal categorieën van werknemers uit van de registratieverplichting. Het gaat om arbeidskrachten in gezins- of familieverband, leidinggevend en vertrouwenspersoneel, handelsvertegenwoordigers en reizend personeel. Andere categorieën van werknemers zouden bij koninklijk besluit uitgesloten kunnen worden. Een aantal van deze uitsluitingen zijn, volgens de werknemersorganisaties, in strijd met de Europese rechtspraak.

Het voorontwerp voorziet een verplichte tijdsregistratie vanaf 1 januari 2027, met een overgangsperiode tot en met 31 maart 2027 voor werkgevers die op dat ogenblik nog niet over een geschikt systeem beschikken. De werknemersorganisaties betreuren deze overgangsperiode omdat België nu al behoort tot één van de laatste lidstaten die hun regelgeving over arbeidstijdregistratie moeten aanpassen.

Ten slotte menen de werknemersorganisaties dat arbeidstijdregistratie op elektronische wijze moet verlopen, dat er een strafbepaling moet worden opgenomen in het Sociaal Strafwetboek bij schending van de verplichte tijdsregistratie, dat er een omkering van de bewijslast in het voordeel van de werknemers moet worden voorzien wanneer de werkgever niet (volledig) overgaat tot tijdsregistratie en dat arbeidstijdsregistratie geen bijkomende administratieve last, maar net een administratieve vereenvoudiging kan opleveren voor werkgevers.

Standpunt van de werkgeversorganisaties

De werkgeversorganisaties zijn van oordeel dat er geen nood is aan een algemene wettelijke verplichting tot arbeidstijdsregistratie en dat de Belgische wetgeving reeds de nodige juridische waarborgen biedt.

Daarnaast argumenteren werkgeversorganisaties dat de verplichte arbeidstijdregistratie niet strookt met de hedendaagse wijze van werken en ondernemingscontext. Zo staat arbeidstijdregistratie haaks op de huidige manier van werken waar resultaat, autonomie en vertrouwen centraal staat. Verder vragen werknemers zelf naar meer vrijheid en flexibiliteit en heeft de prikklok volgens arbeidspsychologen tal van negatieve gevolgen. Ook vrezen werkgevers voor de bijkomende administratieve lasten en kosten die een systeem van arbeidstijdsregistratie met zich meebrengt.

In ondergeschikte orde, pleiten de werkgeversorganisaties voor het beperken van de bijkomende verplichtingen en de vrije keuze van werkgevers in de vorm van het systeem. Zij wijzen ook op het belang om bepaalde categorieën van werknemers uit te sluiten indien hun arbeidstijd niet of moeilijk geregistreerd kan worden. Verder wijzen zij erop dat arbeidstijdsregistratie niet mag leiden tot een uitbreiding van het begrip “arbeidstijd” en bijgevolg een verhoging van de loonkosten. Ten slotte hekelen werkgevers de korte overgangsperiode tot en met 31 maart 2027: deze zeer korte invoeringstermijn zou absoluut onhaalbaar zijn voor de ondernemingen.

Hoe gaat het nu verder?

De federale regering moet nu een akkoord bereiken over ontwerptekst, al dan niet rekening houdend met de standpunten van de sociale partners. Nadien kan pas over de nieuwe wet gestemd worden in het parlement.

Bron: Advies nr. 2.499 van de Nationale Arbeidsraad van 30 september 2026, www.cnt-nar.be.

Gerelateerde artikels

08/10/2026
Hervorming personenbelasting: wijzigingen bedrijfsvoorheffing vanaf 1 november 2026
Vanaf 1 november 2026 wijzigen verschillende regels voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing. Zo stijgt de belastingvrije som, worden bepaalde toeslagen voor personen ten laste aangepast en wordt het huwelijksquotiënt verder afgebouwd. Dit kan zowel een positieve als negatieve impact hebben op het nettoloon.
Lees meer
Lees meer
08/10/2026
Vlaamse jobbonus: loongrenzen aangepast vanaf 1 januari 2026
De Vlaamse regering heeft de loongrenzen voor de jobbonus in 2026 verhoogd om rekening te houden met de stijgende lonen en levensduurte. De maximale bonus bedraagt € 650, aangevuld met een vaste verhoging van € 50 voor rechthebbende. De jobbonus voor het refertejaar 2026 wordt in het najaar van 2027 uitbetaald.
Lees meer
Lees meer
08/10/2026
Flitscontroles in de sector van klimaatregeling van 12 tot 18 oktober 2026
Van 12 tot en met 18 oktober 2026 vinden nationale flitscontroles door de RVA plaats in de sector van verwarming, koeling en ventilatie. Werkgevers kunnen zich voorbereiden aan de hand van een specifieke checklist van de RVA. Bij ernstige inbreuken op de sociale wetgeving kunnen sancties volgen.
Lees meer
Lees meer
Nieuws: Advies van de NAR over tijdsregistratie | CLB Group