Eerder informeerden we je reeds over de geplande hervorming van de personenbelasting. Recent werd een koninklijk besluit gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad dat een aantal wijzigingen invoert voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing vanaf 1 november 2026.
De wijzigingen zullen een effect hebben op het nettoloon van werknemers en bedrijfsleiders. De gevolgen kunnen zowel negatief als positief zijn afhankelijk van de gezinssituatie van betrokkene en het aantal personen ten laste. Hieronder worden de voornaamste wijzigingen kort toegelicht.
Hervorming personenbelasting: wijzigingen bedrijfsvoorheffing vanaf 1 november 2026
:focal())
1. De verhoging van de belastingvrije som
Een van de wijzigingen is de stapsgewijze verhoging van de belastingvrije som. De eerste fase gaat al in vanaf dit inkomstenjaar. De belastingvrije som stijgt nl. van € 11.170 naar € 11.550 per jaar. Ook de regels voor de bedrijfsvoorheffing werden hierop afgestemd. Voor lonen die effectief worden uitbetaald tussen 1 november en 31 december 2026 wordt al rekening gehouden met deze verhoging. Hierdoor daalt de verschuldigde maandelijkse bedrijfsvoorheffing in november en december met € 8,47 op voorwaarde dat het jaarequivalent van het maandloon hoger ligt dan de belastingvrije som.
2. De tijdelijke bevriezing van het aantal toeslagen voor personen ten laste
Met deze hervorming wil de regering het fiscale voordeel voor kinderen ten laste gelijkmatiger verdelen. Hiervoor zullen de toeslagen en belastingvrije sommen voor 1 en 2 kinderen ten laste wijzigen. De toeslagen voor 3 of meer kinderen wijzigen niet, maar worden tijdelijk bevroren op het niveau van de indexatie voor inkomstenjaar 2025. Gedurende de eerste maanden van 2026 werd wel reeds rekening gehouden met de geïndexeerde bedragen waardoor de toeslagen zullen dalen vanaf november 2026.
3. De afbouw van het huwelijksquotiënt
Het huwelijksquotiënt zorgt onder bepaalde voorwaarden voor een lagere bedrijfsvoorheffing bij gehuwde en wettelijk samenwonende werknemers van wie de partner geen of slechts een beperkt beroepsinkomen heeft. Hierbij wordt een deel van de beroepsinkomsten van de meestverdienende partner toegekend aan de andere partner waar het afzonderlijk belast wordt alsof het een eigen inkomen is van die partner. Dat deel bedraagt maximaal 30% van de globale beroepsinkomsten met een maximumplafond.
Het percentage van 30% blijft behouden, maar het maximumbedrag dat aan de partner kan worden toegewezen, wordt vanaf 1 november 2026 verlaagd. Voortaan gelden twee plafonds:
€ 12.790 als zowel de werknemer als de partner op 1 januari van het volgende jaar minstens 66 jaar zijn
€ 11.780 in alle andere situaties
4. Wijziging lijst gehuwden/wettelijk samenwonenden die in de bedrijfsvoorheffing behandeld worden als alleenstaanden
In bepaalde situaties worden gehuwde en wettelijk samenwonende werknemers voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing behandeld als alleenstaanden.
Voor lonen die vanaf 1 november 2026 worden uitbetaald, worden de situaties waarin dit het geval is aangepast. Voortaan worden o.a. doctoraatstudenten met een beurs hoger dan de belastingvrije som als alleenstaande beschouwd.
Bron: Koninklijk besluit van 27 september 2026 tot wijziging van de bedrijfsvoorheffing, BS 2 oktober 2026.
:focal())
:focal())
:focal())