1. Bijkomende uitvoering van het 'Terug Naar Werk'-beleid
Binnen het nieuwe Terug Naar Werk-beleid verschuift de focus van het klassieke begrip ‘restcapaciteiten’ naar het ruimere en actievere concept van ‘arbeidspotentieel’. Daarbij staat niet langer centraal wat iemand niet meer kan, maar wel welke vormen van arbeid nog mogelijk zijn ondanks gezondheidsproblemen. Dit arbeidspotentieel wordt voortaan de leidraad binnen alle terug-naar-werk-trajecten en vervangt waar nodig de bestaande terminologie in het uitvoeringsbesluit van de ZIV-wet.
Een Terug Naar Werk-traject kan worden opgestart door de adviserend arts, het multidisciplinaire team of de TNW-coördinator van het ziekenfonds, telkens in overleg met de werknemer. Werknemers zijn verplicht om alle relevante informatie aan te leveren die nodig is om hun arbeidspotentieel te beoordelen en om gevolg te geven aan uitnodigingen voor fysieke afspraken met de adviserend arts of de preventieadviseur-arbeidsarts.
Daarnaast moeten zij het eerste contactmoment met de TNW-coördinator bijwonen. Werknemers zonder arbeidsovereenkomst, maar met voldoende arbeidspotentieel, krijgen bijkomende verplichtingen opgelegd, zoals de verplichte inschrijving binnen 14 dagen na doorverwijzing bij de bevoegde regionale dienst voor socioprofessionele re-integratie.
Naast deze inhoudelijke beleidswijzigingen worden ook een aantal technische aanpassingen doorgevoerd in het Uitvoeringsbesluit van de ZIV-wet. Zo wordt de toeslag op de uitkering afgeschaft en verdwijnen verschillende wettelijke verwijzingen die aanleiding gaven tot financiële extra’s bovenop de gewone ziekte-uitkering. Ook het systeem waarbij arbeidsongeschiktheid automatisch werd vermoed, wordt opgeheven. Personen die vóór 1 januari 2026 onder zo’n vermoeden vielen, behouden dit wel onder de oude voorwaarden.
:focal())
:focal())