29/01/2026

Belangrijke wijzigingen inzake gewaarborgd loon vanaf 1 januari 2026

Sedert 1 januari 2026 zijn drie belangrijke wijzingen omtrent het gewaarborgd loon in werking getreden.

Verlenging hervaltermijn

De hervaltermijn waarna een werknemer opnieuw recht heeft op gewaarborgd loon, wordt verlengd van 14 dagen naar 8 weken, zowel voor arbeiders als bedienden. Bij herval binnen een periode van 8 weken is niet opnieuw gewaarborgd loon verschuldigd door de werkgever, tenzij het saldo uit de vorige periode nog niet is opgebruikt of de werknemer met een geneeskundig getuigschrift aantoont dat het om een andere ziekte of een ander ongeval gaat.

Gelieve CLB Payroll te informeren indien het geneeskundig attest aantoont dat het een nieuwe ziekte of een ander ongeval betreft.

Deze maatregel is van toepassing op arbeidsongeschiktheden die zich voordoen vanaf 1 januari 2026. Een lopende periode van gewaarborgd loon zal dus niet onderbroken worden.

Naar aanleiding van deze wijziging is mogelijk een aanpassing van het arbeidsreglement nodig. Op 14 januari 2026 ontving je van ons reeds een mailing met de nodige informatie hieromtrent.

Herval tijdens een progressieve werkhervatting

Voorheen viel een werknemer in progressieve werkhervatting bij ziekte of ongeval tijdens de eerste 20 weken terug op een uitkering ten laste van het ziekenfonds. Bij ziekte of ongeval vanaf de 20ste week na aanvang van de progressieve werkhervatting had de werknemer opnieuw recht op gewaarborgd loon ten laste van de werkgever, weliswaar pro rata het gedeelte van de werkhervatting.

Sinds 1 januari 2026 zal een werknemer in progressieve werkhervatting steeds terugvallen op een uitkering ten laste van het ziekenfonds en zal de werkgever bijgevolg geen gewaarborgd loon meer verschuldigd zijn.

Deze wijziging is van toepassing op arbeidsongeschiktheden die zich voordoen vanaf 1 januari 2026. Een lopende periode van gewaarborgd loon zal bijgevolg niet worden onderbroken.

Solidariteitsbijdrage voor werkgevers met minstens 50 werknemers

Sedert 1 januari 2026 kan een werkgever die gemiddeld 50 of meer werknemers tewerkstelt, worden geconfronteerd met een nieuwe solidariteitsbijdrage vanaf de 31ste dag van primaire arbeidsongeschiktheid. In bepaalde gevallen zal een vrijstelling van toepassing zijn.

Bovenstaande werkgevers zullen vanaf 1 januari 2026 een trimestriële solidariteitsbijdrage betalen. Deze bijdrage omvat 30% van het totaal van de primaire arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Ze wordt berekend over een periode van 2 maanden, gerekend vanaf de 31ste dag van de primaire arbeidsongeschiktheid van de werknemer.

De solidariteitsbijdrage wordt berekend en geïnd door de RSZ. Dit zal gebeuren via een debetbericht samen met de RSZ-bijdragen van het 3de kwartaal volgend op het kwartaal waarin de primaire arbeidsongeschiktheid is gestart.

Deze regeling is van toepassing op meerderjarige werknemers die:

  • Op de startdatum van hun primaire arbeidsongeschiktheid jonger zijn dan 55 jaar, én

  • Meer dan 30 dagen als arbeidsongeschikt erkend zijn.

In afwijking van de algemene regel zijn werkgevers onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld.

Voor de volledige toelichting over de wijzigingen omtrent het gewaarborgd loon verwijzen we naar de CLB Update van 14 januari 2026.

Gerelateerde artikels

25/06/2026
Verplichte tijdsregistratie vanaf 1 januari 2027
In het begrotingsakkoord werd voorzien in een verplichte tijdsregistratie vanaf 1 januari 2027. Deze verplichting houdt in dat een werkgever de arbeidstijd van alle werknemers moet (laten) registreren. Het registratiesysteem zal objectief, betrouwbaar en toegankelijk moeten zijn.
Lees meer
Lees meer
25/06/2026
Jaarverslag 2025 Dienst Voorafgaande Beslissingen in Fiscale Zaken
De Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken (DVB) is een onderdeel van de FOD Financiën. Deze dienst geeft belastingplichtigen vooraf de mogelijkheid om juridisch bindende zekerheid te krijgen over hoe de Belgische belastingwetten zullen worden toegepast op een specifieke, toekomstige verrichting of situatie.
Lees meer
Lees meer
25/06/2026
Vrijstellingen doorstorting bedrijfsvoorheffing : toepassing correctiefactor vanaf 1 januari 2027
Het fiscaal voordeel van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing wordt beperkt door een nieuwe correctiefactor vanaf 1 januari 2027. Het totale voordeel dat je als werkgever mag inhouden, moet vanaf dan met een bepaalde coëfficiënt worden vermenigvuldigd, wat neerkomt op een lichte vermindering van je voordeel.
Lees meer
Lees meer