08/01/2026

Spilindex overschreden: de gevolgen

Het Belgische statistiekbureau (hierna: “Statbel”) heeft de indexcijfers voor december 2025 bekendgemaakt. Hieruit blijkt dat de spilindex in december 2025 werd overschreden.

De spilindex is een grenswaarde die bepaalt wanneer sociale uitkeringen en overheidswedden aangepast worden aan de inflatie. Als de spilindex (= 133,28 punten) overschreden wordt door het gemiddelde van de laatste vier maanden van de gezondheidsindex (dit is de ‘afgevlakte’ gezondheidsindex- in december 2025 = 133,33 punten), stijgen een aantal bedragen.

Overheidswedden en sociale uitkeringen

De overheidswedden en de sociale uitkeringen zullen in maart 2026 met 2% verhogen. Dat deze wedden en uitkeringen pas zullen indexeren de 3de maand na de overschrijding van de spilindex, heeft te maken met het geharmoniseerd indexmoment ingevolge de wetswijziging sinds juli 2025. Wat betreft de sociale uitkeringen gaat het over de werkloosheidsuitkeringen, het pensioen, de uitkeringen en bedrijfstoeslagen in het kader van SWT en SWAV, de door de ziekte- en invaliditeitsverzekering gestorte vergoedingen, de vergoedingen voor tijdskrediet en thematisch verlof, de vergoeding in geval van sluiting van ondernemingen, het leefloon en de kinderbijslag.

Lonen in de privésector

Voor de lonen is het afhankelijk van het paritair comité waartoe de werkgever behoort of er een indexering wordt toegepast en wanneer deze indexering precies zal gebeuren.

GGMMI

De overschrijding van de spilindex heeft ook de verhoging van heel wat sociale bedragen tot gevolg. Zo zullen onder meer het nationaal gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) en de bedragen die daaruit voortvloeien, de leervergoeding bij een overeenkomst alternerende opleiding, de industriële leervergoeding, de stagevergoeding bij een beroepsinlevingsovereenkomst of beroepsinlevingsstage vanaf 1 januari 2026 met 2% stijgen.

Het GGMMI voor een werknemer vanaf 18 jaar bedraagt vanaf 1 januari 2026 € 2.154,11. Dit bedrag geldt niet voor studenten van 18, 19 en 20 jaar, en evenmin voor jongeren ingeschreven in een stelsel van alternerend leren noch voor jongeren van 16 en 17 jaar.

Aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid

Vanaf 1 januari 2024 ontvangen werknemers die tijdelijk werkloos zijn (behalve wegens overmacht) een extra toeslag bovenop hun werkloosheidsuitkering, betaald door de werkgever of het Fonds voor Bestaanszekerheid. Deze aanvullende vergoeding is gekoppeld aan de spilindex en bedraagt € 5,30 per werkloosheidsdag sinds 1 januari 2026.

De werknemer waarvan het maandloon niet hoger is dan € 4.284 bruto, heeft, voor iedere dag die wordt gedekt door een tijdelijke werkloosheidsuitkering, recht op een toeslag van € 5,30. Deze aanvulling geldt onverminderd de reeds bestaande wettelijke en conventionele supplementen.

De werknemer waarvan het maandloon hoger is dan € 4.284 bruto, heeft recht op deze toeslag van zodra de werknemer in hetzelfde jaar bij dezelfde werkgever meer dan 26 dagen tijdelijke werkloosheid telt. Dit voor alle dagen vanaf de 27ste dag. De dagen tijdelijke werkloosheid wegens overmacht worden niet meegeteld voor het berekenen van deze termijn.

Collectief ontslag

De begrenzing van het maandelijks brutoloon dat als basis dient voor de vaststelling van het netto referteloon in het kader van de vergoeding collectief ontslag is gekoppeld aan de overschrijding van de spilindex en bedraagt vanaf 1 januari 2026 € 4.319,19.

Let op: flexiloon horeca stijgt vanaf 1 maart 2026

De overschrijding van de spilindex heeft ook gevolgen voor het flexi-uurloon. In het kader van een flexi-job heeft de werknemer in de horecasector recht op een loon dat niet lager mag zijn dan een vastgelegd minimumbedrag. Daarnaast krijgt de werknemer samen met het loon ook flexi-vakantiegeld uitbetaald. Het minimumbedrag moet worden geïndexeerd op dezelfde wijze als de overheidswedden en de sociale uitkeringen. Dit wil zeggen dat het flexiloon in de horeca pas vanaf 1 maart 2026 zal wijzigen.

Voor de overige sectoren, met inbegrip van de gezondheidssector, moet het basisflexiloon minstens gelijk zijn aan het brutobedrag van het baremieke loon dat van toepassing is voor de uitgeoefende functie. Is er geen baremiek salaris vastgelegd, dan moet het basisflexiloon minstens gelijk zijn aan het GGMMI.

Bron: Federaal planbureau, www.plan.be, Nationale Arbeidsraad, www.cnt-nar.be.

Blijf ook in 2026 op de hoogte van de sociale wetgeving!

Elk kwartaal organiseren we een online infosessie (opleiding van 1,5 uur) over de actuele sociaaljuridische wijzigingen, hoe je deze best kan interpreteren en toepassen in de praktijk. Het webinar word je nadien toegestuurd en onze juristen beantwoorden eveneens graag je vragen na de sessie.

Meer info

Gerelateerde artikels

18/08/2026
Toekenning jaarlijkse premies in augustus 2026
In een aantal sectoren werd beslist om een sectorale regeling uit te werken rond de toekenning van een jaarlijkse brutopremie aan de werknemers. In de maand juni zullen onze diensten dan ook een jaarlijkse premie boeken voor de werknemers uit PC 201 en 202.01.
Lees meer
Lees meer
18/08/2026
Arbeidsmigratie: invoering Vlaamse retributie
Buitenlandse werknemers die geen onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, kunnen niet zomaar in België werken. Zij moeten beschikken over een toelating om zowel in België te werken als te verblijven. Vanaf 1 september 2026 wordt voor de aanvragen van een gecombineerde vergunning een Vlaamse retributie van € 180 ingevoerd.
Lees meer
Lees meer
18/08/2026
Fiscale werkbonus wordt verhoogd in 2026 en 2028
Om het verschil tussen werken en niet-werken te vergroten, wordt de fiscale werkbonus verhoogd. De fiscale werkbonus verhoogt voor de zeer lage lonen in 2026 en nogmaals in 2028.
Lees meer
Lees meer
Nieuws: Spilindex overschreden: de gevolgen | CLB Group