26.02
2026

Aanpassing pensioenopbouw: beperking gelijkgestelde periodes en bescherming bij progressieve werkhervatting

 

 

Op 29 januari 2026 werden in het Belgisch Staatsblad 2 koninklijke besluiten gepubliceerd die de pensioenopbouw van bepaalde niet-gewerkte periodes in het werknemerspensioen aanpassen.

Enerzijds wordt de pensioenopbouw voor bepaalde gelijkgestelde periodes (werkloosheid en eindeloopbaan) minder gunstig voor pensioenen die ingaan vanaf 2027. Anderzijds wordt een bijkomende pensioenbescherming ingevoerd voor werknemers die na een arbeidsongeval of beroepsziekte het werk progressief hervatten.

Beperking van het fictief loon voor werkloosheid en eindeloopbaan
Voor de berekening van het werknemerspensioen worden bepaalde niet-gewerkte periodes gelijkgesteld met effectieve arbeidsprestaties. Die gelijkgestelde periodes worden gewaardeerd aan de hand van een fictief loon.

Voor pensioenen die ingaan vanaf 2027 of later wordt het fictief loon voor periodes van werkloosheid en eindeloopbaan vanaf 1 februari 2025 beperkt tot het minimumloonplafond. Voor 2025 bedraagt dit plafond € 32.764,07 per volledig jaar.

Deze periodes leveren voortaan dus een lagere pensioenopbouw op.

Echter, de beperking geldt niet voor de volgende situaties, die verder berekend blijven op basis van het fictieve loon:

  • tijdelijke werkloosheid;
  • occasionele werkloosheid voor havenarbeiders, vissorteerders, vislossers en zeevissers;
  • occasionele werkloosheid voor kunstwerkers;
  • landingsbanen, op voorwaarde dat het pensioen wordt opgenomen op de wettelijke pensioenleeftijd of later;
  • landingsbanen of SWT die zijn ingegaan of waarvoor een aanvraag werd ingediend vóór 1 februari 2025.

Pensioenbescherming bij progressieve werkhervatting na arbeidsongeval of beroepsziekte
Daarnaast wordt een bijkomende bescherming voorzien voor werknemers die na een tijdelijke arbeidsongeschiktheid wegens een arbeidsongeval of beroepsziekte het werk progressief hervatten.

Deze maatregel garandeert dat een progressieve werkhervatting geen nadelige gevolgen heeft voor het latere pensioen.

Wat houdt deze maatregel concreet in?

Bij een progressieve werkhervatting kan het loon lager zijn dan vóór het arbeidsongeval of de beroepsziekte, onder meer door een beperktere opbouw van vakantiegeld en eindejaarspremie.

Om te vermijden dat dit een negatieve impact heeft op het pensioen, wordt voor de pensioenberekening het werkelijk loon vervangen door een gunstiger fictief loon, zodat de werknemer geen nadeel ondervindt door de geleidelijke werkhervatting.

Deze maatregel treedt retroactief in werking op 1 januari 2025 voor werknemers die met toestemming van de arbeidsgeneesheer weer aan het werk gaan.

 

Bron: Koninklijk besluit van 18 januari 2026 tot wijziging van de artikelen 26 en 34 van het KB van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, met betrekking tot slachtoffers van een arbeidsongeval of een beroepsziekte en Koninklijk besluit van 18 januari 2026 tot wijziging van de artikelen 24bis en 34 van het KB van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, BS 29 januari 2026.

CLB Group
Industrieterrein Kolmen 1085
3570 Alken
GPS-adres: Stationsstraat 108
011 31 23 41
011 31 45 67
Volg ons op