15.01
2026

Vlaanderen hervormt individuele beroepsopleiding vanaf 1 januari 2026

 

 

Een individuele beroepsopleiding (afgekort ‘IBO’) is een beroepsopleiding die wordt uitgevoerd door een niet-werkende werkzoekende en die wordt verstrekt in een Vlaamse of Brusselse vestigingseenheid van een onderneming, een vzw of een administratieve overheid. De IBO wordt door de VDAB georganiseerd of als dusdanig erkend met het oog op:

  • het aanleren van een vak, een beroep of een functie;
  • bijscholing in het vak, het beroep of de functie;
  • het verwerven van de noodzakelijke basisvaardigheden voor de uitoefening van een beroepsactiviteit;
  • beroepsomscholing, vervolmaking en uitbreiding van de vakkennis of de aanpassing ervan aan de ontwikkelingen binnen het vak, het beroep of de functie.

De VDAB bepaalt de duurtijd van de IBO; deze bedraagt minstens 4 weken en maximum 26 weken. 

De IBO vindt minstens halftijds plaats, met een minimum van 17,5 uur per week. 

Na het einde van de opleiding moet de werkgever met de cursist een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur sluiten. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur is enkel mogelijk op voorwaarde dat de werkgever aan de VDAB aantoont dat die keuze overeenstemt met het gangbare aanwervingsbeleid. De arbeidsovereenkomst kan pas een einde nemen na een periode die minstens gelijk is aan de duur van de IBO.

Op 12 januari 2026 verscheen in het Belgisch Staatsblad een besluit dat de IBO grondig hervormt. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste wijzigingen:

1. IBO-premie: betaling door werkgever aan cursist
Situatie tot en met 31 december 2025
Tot eind 2025 betaalde de onderneming, de vzw of de administratieve overheid waar de cursist de IBO volgde, een maandelijks forfait aan de VDAB. De kostprijs was afhankelijk van de loonschaal. De VDAB betaalde vervolgens een IBO-premie aan de cursist.

Situatie sinds 1 januari 2026
Sinds 1 januari 2026 bezorgt de VDAB het bedrag van de IBO-premie aan de IBO-werkgever. Dit bedrag komt overeen met de IBO-premie voor een volledige voltijdse maand. De werkgever herleidt dit bedrag op basis van de werkelijk geleverde prestaties en betaalt de IBO-premie rechtstreeks aan de cursist.

Berekening van de IBO-premie
De IBO-premie wordt in een voltijdse regeling berekend op basis van de volgende formule:
((brutoloon na aanwerving – RSZ-bijdrage ten laste van de werknemer) – vervangingsinkomen IBO-cursist) x percentage 

Het brutoloon na aanwerving blijft gedurende de volledige duur van de IBO hetzelfde als bij de start van de IBO.

Het percentage in de formule wordt vóór de start van de IBO gekozen door de IBO-werkgever in functie van de opleidingsbehoeften en bedraagt 70%, 80%, 90% of 100%. Dit blijft ongewijzigd gedurende de volledige duur van de IBO.

Onder het vervangingsinkomen wordt begrepen:

  • het maandbedrag vervangingsinkomen; of
  • het dagbedrag vervangingskomen x 26.

Dagen waarvoor de IBO-premie verschuldigd is
De IBO-premie wordt betaald voor iedere dag aanwezigheid van de IBO-cursist.
Een feestdag wordt gelijkgesteld met een aanwezigheidsdag; voor die dag ontvangt de IBO-cursist eveneens een IBO-premie. 

Bij een arbeidsongeval of arbeidswegongeval, behoudt de IBO-cursist gedurende de eerste 30 dagen van arbeidsongeschiktheid het recht op de IBO-premie. Bij een voortijdige beëindiging van de IBO-overeenkomst binnen deze periode is de IBO-premie enkel verschuldigd tot het einde van de IBO.

Praktische verplichtingen voor de werkgever
De IBO-werkgever houdt bedrijfsvoorheffing in op de IBO-premie.
De IBO-premie moet maandelijks worden betaald uiterlijk op de 7de dag van de maand na de maand waarin de IBO-prestaties zijn uitgevoerd.
De werkgever is ook een verplaatsingsvergoeding verschuldigd onder dezelfde voorwaarden als de voorwaarden die gelden voor een werknemer. 

2. Flexibelere beëindiging
Tot eind 2025 kon de werkgever de IBO-overeenkomst enkel voortijdig beëindigen, zonder hierbij enige vergoeding verschuldigd te zijn aan de cursist, als hij over een geldige reden beschikte én mits voorafgaandelijk akkoord van de VDAB.
Voortaan is er een uitgebreider wetgevend kader voorzien voor een voortijdige beëindiging van de IBO.

Tot 14 dagen na de start van de IBO
Als blijkt dat een IBO niet passend is, kunnen alle partijen tot 14 dagen na de start van de IBO schriftelijk en gemotiveerd de vraag stellen om voortijdig te beëindigen zonder nadelige gevolgen. De VDAB moet wel akkoord gaan.

Na 14 dagen na de start van de IBO
Na de eerste 14 dagen kan één van de partijen ook nog een schriftelijke en gemotiveerde vraag tot beëindiging aan de VDAB bezorgen. Vanaf de ontvangst van de melding heeft de VDAB 3 werkdagen om te bemiddelen om een voortijdige beëindiging te voorkomen.
De vraag tot voortijdige beëindiging moet minstens 14 dagen vóór de einddatum van de IBO aan de VDAB worden bezorgd.

Zonder overleg of akkoord tijdens de IBO-overeenkomst
Als de IBO-werkgever de IBO-overeenkomst voortijdig beëindigt zonder overleg met de VDAB, als de VDAB niet akkoord gaat met een voortijdige beëindiging of als de IBO-overeenkomst beëindigd wordt door een foutieve houding van de IBO-werkgever, is de IBO-werkgever de cursist een schadevergoeding verschuldigd.

Deze schadevergoeding stemt overeen met de som van alle IBO-premies voor het resterende gedeelte van de opleiding en het verschuldigd fictief loon van de IBO-werkgever voor de periode die overeenstemt met de duur van de opleidingen, inclusief onderbrekingen en verlengingen. Voor de berekening hiervan wordt uitgegaan van een verderzetting van de IBO-premie zoals die gold op de dag waarop de IBO beëindigd werd. 

Niet-naleving tewerkstellingsverbintenis
Net zoals voorheen is de werkgever, die de tewerkstellingsverbintenis niet naleeft, een schadevergoeding verschuldigd die gelijk is aan het verschuldigd fictief loon dat de IBO-werkgever verschuldigd is voor de tewerkstelling gedurende een periode die overeenstemt met de periode van de opleidingen, inclusief onderbrekingen en verlengingen. 

Deze schadevergoeding geldt onverminderd de wettelijke en conventionele bepalingen over de arbeidsovereenkomsten. 

3. IBO-plus
Voortaan kan de IBO-plus enkel worden verstrekt aan:

  • de niet-werkende werkzoekenden met een arbeidsbeperking of een indicatie van een arbeidsbeperking;
  • de personen ten laste van het RIZIV die actieve stappen naar tewerkstelling zetten;
  • de gedetineerde of niet werkende werkzoekenden die beperkte detentie of elektronisch toezicht hebben en niet-werkende werkzoekenden tijdens een periode van voorlopige of voorwaardelijke invrijheidsstelling. 

De IBO-plus-premie wordt, in tegenstelling tot de gewone IBO-premie, nog steeds betaald door de VDAB. 

Het percentage in de formule die dat gehanteerd wordt voor de berekening van de premie bedraagt voor een IBO-plus steeds 70%.

4. Inwerkingtreding
De nieuwe regels traden in werking op 1 januari 2026. IBO’s die ingegaan zijn vóór 1 januari 2026 lopen verder volgens de regelgeving die van toepassing was op 31 december 2025.

 

Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2025 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, wat betreft de hervorming van de IBO, BS 12 januari 2026.

 

ONLINE INFOSESSIE

Blijf ook in 2026 op de hoogte van de sociale wetgeving!

Elk kwartaal organiseren we een online infosessie (opleiding van 1,5 uur) over de actuele sociaaljuridische wijzigingen, hoe je deze best kan interpreteren en toepassen in de praktijk. Het webinar word je nadien toegestuurd en onze juristen beantwoorden eveneens graag je vragen na de sessie.

 

CLB Group
Industrieterrein Kolmen 1085
3570 Alken
GPS-adres: Stationsstraat 108
011 31 23 41
011 31 45 67
Volg ons op