26.03
2026

Wijzigingen aan het mobiliteitsbudget

Werknemers met een bedrijfswagen of werknemers die hiervoor in aanmerking komen, kunnen hun (recht op een) bedrijfswagen via het mobiliteitsbudget inruilen voor een duurzaam alternatief. 

De werknemer kan het budget spenderen in drie pijlers: een milieuvriendelijke bedrijfswagen (pijler 1), duurzame vervoersmiddelen (pijler 2) en/of uitbetaling van het saldo in geld (pijler 3). 

Vanaf 1 januari 2026 en 1 januari 2027 treden belangrijke wijzigingen in werking. 

WIJZIGINGEN VANAF 1 JANUARI 2026

Pijler 1: milieuvriendelijke bedrijfswagen 
Vanaf 1 januari 2026 moet de milieuvriendelijke bedrijfswagen binnen pijler 1 een volledige elektrische wagen zonder CO2-uitstoot zijn. Deze verplichting geldt voor wagens aangekocht en geleased vanaf 1 januari 2026. 

Pijler 2: alternatieve vervoersmiddelen
De werkgever is uitdrukkelijk verplicht om minstens één aanbod te doen uit pijler 2. 

Vanaf 1 januari 2026 mogen de gemotoriseerde voertuigen die onder zachte mobiliteit vallen geen CO2-uitstoot meer hebben en mogen de gemotoriseerde voertuigen die onder carpooling, autodelen en verhuur van auto's met chauffeur vallen geen CO2-uitstoot meer hebben. 

Geïndexeerde minimum- en maximumbedragen
Het bedrag van het mobiliteitsbudget komt overeen met de Total Cost of Ownership (TCO) van de bedrijfswagen. Dit bedrag wordt samengesteld als volgt:

  • de jaarlijkse bruto kosten voor de werkgever van de ingeleverde bedrijfswagen of de bedrijfswagen waarvoor de werknemer in aanmerking komt 
  • de fiscale en parafiscale lasten 
  • de daarmee gerelateerde kosten in het kader van het bedrijfswagenbeleid, zoals de financieringskosten, de brandstofkosten en de solidariteitsbijdrage 

Om misbruiken te beperken wordt het mobiliteitsbudget sinds 2022 onderworpen aan een minimum- en maximumbedrag. Voor het inkomstenjaar 2026 (aanslagjaar 2027) gelden de volgende geïndexeerde bedragen:

  • minimumbedrag: €3.233 per kalenderjaar
  • maximumbedrag: €17.245 per kalenderjaar 


WIJZIGINGEN VANAF 1 JANUARI 2027

De regering had in haar federaal regeerakkoord van 31 januari 2025 al een hervorming van het mobiliteitsbudget aangekondigd. 

Het doel van deze hervorming is om te evolueren naar een mobiliteitsbudget voor iedereen, met de volgende krachtlijnen: 

  • uitbreiding van het systeem: de werkgever stelt een budget ter beschikking, dat besteed kan worden aan een wagen én aan andere vervoersmodi, telkens op basis van hun werkelijke waarde
  • vereenvoudiging: het mobiliteitsbudget zou bestaande regelingen rond tussenkomsten van de werkgever in woon-werk- en privéverplaatsingen vervangen 
  • fiscale stimulans: de nieuwe regeling zou (para) fiscaal gunstig worden behandeld, om de aantrekkelijkheid van het systeem te vergroten 
  • overgangsmaatregelen: bij de uitwerking wordt rekening gehouden met een overgangsperiode 

De invoering zou in 2 fasen verlopen: 

  • fase 1: verplicht aanbod van een mobiliteitsbudget voor werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen 
  • fase 2: uitbreiding naar alle werknemers, dus ook zij die geen recht hebben op een bedrijfswagen. Deze tweede fase zou wellicht tegen het einde van de legislatuur worden gerealiseerd 

Aanvankelijk wou de regering de eerste fase al in werking laten treden op 1 januari 2026, maar deze deadline werd niet gehaald. 

Op 9 januari 2026 heeft de ministerraad een voorontwerp van wet goedgekeurd om de eerste fase van de geplande hervorming uit te voeren. De datum van inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2027. Hieronder geven we een overzicht van de voorgenomen wijzigingen. 

De onderstaande informatie is gebaseerd op een ontwerptekst en geldt onder voorbehoud van publicatie in het Belgisch Staatsblad. 

Vanaf 1 januari 2027 zal elke werkgever die één of meer bedrijfswagens ter beschikking stelt van één of meer werknemers gedurende een periode van meer dan 36 maanden (al dan niet onderbroken), verplicht worden om zijn werknemers een mobiliteitsbudget voor te stellen. De huidige wetgeving voorziet nog een terbeschikkingstelling tijdens een ononderbroken periode van 36 maanden. Deze voorwaarde lijkt dus soepeler te worden. 

De werkgever kan wachten met dit aanbod tot het lopende huurcontract, leasecontract of ander contract voor het gebruik van de bedrijfswagen is afgelopen. 

Het wetsontwerp voorziet overigens de mogelijkheid om bepaalde werknemers te verplichten om sowieso te opteren voor pijler 1 (nl. een emissievrij voertuig), op basis van niet-discriminerende en proportionele criteria die verband houden met de aard van de functie en de legitieme belangen van de onderneming. 

Het wetsontwerp voorziet een vrijstelling van het verplicht aanbod van een mobiliteitsbudget voor de volgende werkgevers: 

  • werkgevers die beroep doen op een informatie- en raadplegingsprocedure met betrekking tot collectief ontslag met sluiting van onderneming 
  • ondernemingen in moeilijkheden 
  • werkgevers met gemiddeld minder dan 15 werknemers 

Werkgevers die gemiddeld 15 tot 50 werknemers tewerkstellen, krijgen uitstel tot 1 januari 2028. Bijgevolg moeten enkel werkgevers met gemiddeld minstens 50 werknemers vanaf 1 januari 2027 verplicht een mobiliteitsbudget invoeren. 

Ben jij klaar voor het verplichte mobiliteitsbudget in 2027? 

Ontdek in ons lunchwebinar op 2 juni 2026 (12u-13u) wat dit concreet betekent voor jouw HR- en mobiliteitsbeleid. Ga daarna hands-on aan de slag in de verdiepende workshop op 22 september 2026 (9u-13u) en werk een aanpak uit die meteen toepasbaar is binnen jouw organisatie.

Meer info en inschrijvingen: clbgroup.be/academy

CLB Group
Industrieterrein Kolmen 1085
3570 Alken
GPS-adres: Stationsstraat 108
011 31 23 41
011 31 45 67
Volg ons op