Brandveiligheid

Het KB van 28 maart 2014 betreffende de preventie van brand op de arbeidsplaatsen, zet reeds een deel van art.52 van het ARAB om.

Bepaalde deelartikels zoals 52.2, zullen later gewijzigd worden door een bijkomend KB.

Meer en meer verlangt de wetgever dat elke werkgever een risicoanalyse uitvoert en op basis daarvan maatregelen treft, denk maar aan EHBO, elektrische installaties,… en nu ook brandpreventie.

Het KB van 28 maart 2014 omschrijft hoe dit moet verlopen. Het nog te verschijnen KB zal de bouw voorschriften bevatten voor gebouwen waar werknemers tewerkgesteld zijn.

We vatten onderstaand de inhoud van het KB samen:

Afdeling 1: Toepassingsgebied en definities

Het KB is van toepassing op de arbeidsplaatsen zoals art 2 van het KB 10/10/2012 dit omschrijft: Elke plaats die bestemd is als locatie voor werkplekken in gebouwen van de onderneming of inrichting, met inbegrip van elke andere plaats op het terrein van de onderneming of inrichting waartoe de werknemer in het kader van de uitvoering van zijn werk toegang heeft. Behalve op de uitzonderingen.

Afdeling 2: Risicoanalyse en preventiemaatregelen

De werkgever dient een risicoanalyse uit te voeren, rekening houdend met de risicofactoren, m.b.t. de brandrisico’s waarin hij de waarschijnlijke scenario’s en de omvang van de te voorspellen schade bepaalt. De risicoanalyse dient regelmatig te worden bijgewerkt, zeker na veranderen die een invloed hebben op de scenario’s. Op basis van de risicoanalyse stelt de werkgever preventiemaatregelen op. De resultaten van de risicoanalyse en de preventiemaatregelen bundelt de werkgever in een document en legt dit voor aan het Comité voor advies.

Afdeling 3: Specifieke preventiemaatregelen

Onderafdeling 1: Brandbestrijdingsdienst

Elke werkgever richt een brandbestrijdingsdienst op en voorziet hen van voldoende middelen om zijn taak te kunnen vervullen. Hij vraagt het advies van de IPA en het Comité betreffende de organisatie van de bestrijdingsdienst.

Onderafdeling 2: Preventie van brand

In kader van de opslag en het gebruik van brandbare en ontvlambare stoffen dienen bijkomende maatregelen getroffen te worden zonder afbreuk te doen aan de minimale vereisten van art 52.6 en 52.8 van het ARAB.

Onderafdeling 3: Verzekeren van de snelle en veilige evacuatie van werknemers en alle personen aanwezig op de arbeidsplaats.

Bevat de maatregelen die ervoor zorgen dat alle aanwezige personen bij het uitbreken van brand veilig kunnen evacueren. Hier wordt beschreven hoe de evacuatiewegen eruit moeten zien, de nooddeuren geïnstalleerd moeten zijn en waar de evacuatieplannen dienen aanwezig te zijn.

Onderafdeling 4: Elk begin van brand vlug en doelmatig bestrijden

De werkgever evalueert, kiest, koopt, installeert en onderhoudt de beschermingsmiddelen tegen brand, volgens de bepalingen van het KB collectieve beschermingsmiddelen. Bij de keuze en evaluatie houdt de werkgever rekening met de elementen die opgesomd staan in art 17. Voor de signalisatie wordt verwezen naar KB 17/06/1997 voor veiligheids- en gezondheidssignalisatie.

Onderafdeling 5: De schadelijke gevolgen van een brand beperken

De werkgever waakt erover dat het gebouw toelaat dat de evacuatie zo snel mogelijk kan plaatsvinden zonder gevaar en dat de openbare hulpdiensten veilig de gebouwen kunnen betreden. Hij ziet er eveneens op toe dat het gebouw in geval van brand:

  • zijn stabiliteit bewaard
  • het verspreiden van rook en brand binnen het gebouw beperkt wordt
  • de uitbreiding van de brand naar aanpalende gebouwen wordt vermeden.

Om dit te verwezenlijken wordt verwezen naar de deelartikelen van art 52 van het ARAB.

Onderafdeling 6: het vergemakkelijken van de interventie van de openbare hulpdiensten

Om de interventie van de hulpdiensten te vergemakkelijken, dient een interventiedossier ter beschikking te zijn. Het dossier bevat:

  • het brandpreventiedossier (zie afdeling 5)
  • de locatie van de elektrische installaties
  • de locatie en de werking van de sluitkranen van de gebruikte uitvloeiende stoffen
  • de locatie en de werking van de ventilatiesystemen
  • de locatie van de branddetectiecentrale

Onderafdeling 7: Periodieke controle en onderhoud

De beschermingsmiddelen tegen brand dienen ten minste 1/jaar te worden gecontroleerd. De werkgever ziet erop toe dat de onderhoudsbeurten worden uitgevoerd zodat de beschermingsmiddelen in goede staat verkeren.

 

Afdeling 4: Het intern noodplan

De werkgever dient een intern noodplan op te stellen en hiervoor advies te vragen aan de IPA. De IPA dient de procedures te ondertekenen ‘voor gezien’.

Het noodplan dient bepaalde procedures te bevatten zoals bepaald in art 24:

  • de uitvoering van de taken van de brandbestrijdingsdienst
  • de evacuatie van personen
  • de evacuatieoefeningen
  • het gebruik van de beschermingsmiddelen tegen brand
  • de informatie en opleiding van de werknemers

Afdeling 5: Het brandpreventiedossier

  1. Het document met de conclusies van de risicoanalyse en preventiemaatregelen (zie afdeling 2, art 6)
  2. Het document dat de organisatie van de brandbestrijdingsdienst beschrijft (zie onderafdeling 1, art 8)
  3. De procedures inzake noodplanning (zie afdeling 4, art 24)
  4. Het evacuatieplan (zie onderafdeling 3, art 14)
  5. Het interventiedossier (onderafdeling 6, art 22)
  6. De vaststellingen naar aanleiding van evacuatieoefeningen (art 27 §2)
  7. Een lijst met beschermingsmiddelen tegen brand en hun situering op het plan
  8. De data van de controles en de onderhoudsbeurten van de beschermingsmiddelen tegen brand, van de gas-, verwarmings-, en airconditioninginstallaties en van de elektrische installaties.
  9. De lijst van de individuele afwijkingen die verleend werden in kader van art 52 van het ARAB
  10. De adviezen verstrekt door de IPA, het comité, de openbare hulpdiensten
  11. De informatie die werd overgemaakt op vraag van de openbare hulpdiensten. Dit dossier dient ter beschikking te worden gehouden van het Comité, de met toezicht belaste
    ambtenaren en de openbare hulpdiensten.

Afdeling 6: opleiding en informatie van de werknemers

De werkgever informeert de hiërarchische lijn en de werknemers over de brandrisico’s, de preventiemaatregelen, de waarschuwings- en alarmsignalen, de toe te passen maatregelen in geval van brand en de evacuatie. De informatie wordt ten laatste op de dag van indiensttreding gegeven.

Afdeling 7: Werkzaamheden uitgevoerd in de richting van een werkgever

De werkgever en de aannemer dienen elkaar te informeren over de risico’s verbonden aan de onderneming/ werkzaamheden.


Voor het uitvoeren van de risicoanalyse kan je beroep doen op CLB Externe Preventie.


< Hoofdmenu

Explosieveiligheid >

 

CLB Group
Industrieterrein Kolmen 1085
3570 Alken
011 31 23 41
011 31 45 67
Volg ons op