Een arrest van het Arbeidshof te Brussel van 3 februari 2026 bevestigt nogmaals dat werkgevers bijzonder voorzichtig moeten zijn wanneer zij een preventieadviseur wensen te ontslaan.
Rechtspraak: preventieadviseur ontslaan? Het niet meer uitoefenen van de functie biedt geen uitweg
:focal())
De feiten
Een werknemer was aangeworven als preventieadviseur niveau 1. Na verloop van tijd ontstonden ernstige spanningen met collega's en leidinggevenden. De verhouding binnen de preventiedienst verslechterde dermate dat sprake was van een "hyperconflict".
De werkgever startte de bijzondere ontslagprocedure voor preventieadviseurs op, maar werkte deze niet volledig af. Hoewel het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk zich niet akkoord verklaarde met het ontslag en een verzoeningsprocedure werd doorlopen, werd de zaak uiteindelijk niet voorgelegd aan de arbeidsrechtbank zoals de wet voorschrijft.
De werkgever ging vervolgens toch over tot ontslag.
Daarbij stelde hij dat de werknemer al maanden geen taken als preventieadviseur meer uitvoerde en dat de beschermingsvergoeding daarom op € 0 moest worden begroot.
Het oordeel van het Arbeidshof
Het Arbeidshof volgde die redenering niet.
De werknemer was immers uitsluitend aangeworven als preventieadviseur. Volgens het Hof kan de beschermingsvergoeding slechts proportioneel worden verminderd wanneer de werknemer naast zijn functie van preventieadviseur nog andere functies uitoefent. Dat was hier niet het geval.
Bovendien kon de werkgever niet aantonen dat de werknemer daadwerkelijk geen enkele arbeidsprestatie meer leverde.
Het Hof kende daarom de volledige beschermingsvergoeding van 2 jaar loon toe.
Belangrijk aandachtspunt voor werkgevers
De kernboodschap van dit arrest is dat niet louter moet worden gekeken naar de taken die een werknemer op het ogenblik van het ontslag nog daadwerkelijk uitoefent, maar naar de functie waarvoor hij werd aangeworven en die hij contractueel blijft bekleden.
Het feit dat een werknemer in de praktijk nog nauwelijks of zelfs geen taken als preventieadviseur meer verricht, betekent op zich niet dat de wettelijke bescherming van preventieadviseurs verdwijnt of dat geen beschermingsvergoeding meer verschuldigd zou zijn.
Wanneer een werknemer uitsluitend als preventieadviseur werd aangeworven, kan het niet naleven van de bijzondere ontslagprocedure aanleiding geven tot een beschermingsvergoeding van 2 of 3 jaar loon, zelfs indien de werkgever van oordeel is dat de werknemer op het ogenblik van het ontslag geen preventieopdrachten meer uitvoerde.
Actiepunten
Bij deze rechtspraak kunnen we de volgende actiepunten voor werkgevers noteren:
Meld de preventieadviseur aan bij CLB Payroll
Het is uitermate belangrijk dat je steeds doorgeeft wie binnen jouw onderneming fungeert als preventieadviseur. Dit laat toe dat het sociaal secretariaat correct kan adviseren bij eventuele vragen over ontslag of functiewijziging.
Let op: de melding aan CLB Externe Dienst Preventie en Bescherming (EDPB) wordt omwille van privacy redenen niet automatisch doorgegeven aan het sociaal secretariaat. Verwittig dus ook steeds jouw dossierbeheerder bij het sociaal secretariaat.
Volg de wettelijke ontslagprocedure strikt
Een preventieadviseur kan enkel worden ontslagen:
om redenen die vreemd zijn aan zijn onafhankelijkheid, of
wanneer er duidelijk bewijs is van onbekwaamheid
Daarbovenop moet altijd vooraf het akkoord van het CPBW worden gevraagd. Een schending kan leiden tot een beschermingsvergoeding van 2 of 3 jaar loon.
Documenteer zorgvuldig
Leg functioneringsgesprekken, adviezen, verslagen en eventuele verbeteracties schriftelijk vast. Een goed opgebouwd dossier is noodzakelijk om een eventuele beëindiging te kunnen verantwoorden.
Bron: Arrest van het Arbeidshof Brussel van 3 februari 2026 (A.R.: 2022/AB/763), onuitg.
:focal())
:focal())
:focal())