05.03
2021

Alle hens aan dek!

'Alle hens aan dek'... Zoiets moet de overheid gedacht hebben toen ze kort na nieuwjaar een Koninklijk Besluit maakte waarbij ze de arbeidsartsen meer inschakelde in de aanpak van de Coronacrisis (KB van 5-1-21 betreffende de rol van de preventieadviseur-arbeidsarts bij de bestrijding van het corona-virus COVID-19, BS 21-01-2021).

Zeggen dat onze gezondheidszorg tijdens deze COVID19-pandemie zwaar onder druk staat is een beetje een open deur intrappen. Dit geldt zeker voor de ziekenhuizen: medewerkers van de COVID-, spoed- en Intensieve Zorgen afdelingen lopen al een gans jaar op de tippen van hun tenen. Maar ook de eerste lijn, met op kop de huisartsen, worden in deze crisis zwaar belast. Mede om deze laatsten voor een stuk te ontlasten heeft de overheid deze speciale wetgeving uitgewerkt. Maar ook het gegeven dat arbeidsartsen een belangrijke rol hebben in de strijd tegen de verspreiding van het virus binnen de ondernemingen speelt een rol in het ontstaan ervan. Arbeidsartsen zijn vertrouwd met de risico’s en de reeds genomen preventiemaatregelen. Ze kunnen dus normaal goed inschatten of en waar er zich hoogrisicocontacten kunnen voordoen. Ze hebben ook een neutrale houding ten aanzien van zowel werkgevers als werknemers en ze zijn, als artsen, gebonden door het beroepsgeheim. Contactopsporing, quarantainemaatregelen opleggen en testen van werknemers behoren echter niet tot de taken van de arbeidsarts zoals die in de Codex over het Welzijn op het Werk zijn opgenomen.

De sociale partners in de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk hadden in een advies van 7 oktober 2020 trouwens al een voorzet voor dit KB gegeven. Ze wezen toen al op de sleutelrol die de arbeidsarts kon spelen in de contactopsporing op de werkvloer, in het testen of laten testen van werknemers en in het uitschrijven van quarantaineattesten.

Dit KB was dus nodig omdat in de taakomschrijving van de arbeidsarts weinig ruimte was om zich met de aanpak van de pandemie bezig te houden. Het KB, dat tijdelijk van aard is, verlegt de accenten die arbeidsartsen in hun werkzaamheden kunnen, mogen en moeten leggen. Het ‘tijdelijke’ betekent dat het KB wel een begindatum (21-01-2021) maar geen einddatum heeft. Het zal op een later tijdstip, wanneer de pandemie ten einde komt, weer worden ingetrokken. Het zou kunnen, maar dat moet later nog beslist worden, dat er op het einde van de rit een aantal overgangsmaatregelen gaan ingevoerd worden. Dit stuk wetgeving wordt trouwens ook bewust niet opgenomen in de Codex over het Welzijn op het Werk. Maar omdat deze bijkomende taken ongetwijfeld een invloed gaan hebben op de tijdsbesteding van de arbeidsarts (hij kan maar één taak tegelijkertijd uitvoeren) wordt ook ingegaan op de impact die deze bijkomende werkzaamheden op het normale gezondheidstoezicht kunnen/zullen hebben. Maar first things first: welke zijn de bijkomende taken die de arbeidsarts opgelegd krijgt?

 

 

 

Opsporen van hoogrisicocontacten
Van zodra de arbeidsarts kennis heeft van een werknemer die COVID-19 positief is en voor zover deze werknemer in de onderneming aanwezig was in de dagen voorafgaand aan de afname van de test of het optreden van de symptomen en/ of van zodra hij over aanwijzingen beschikt dat er een risico op een uitbraak bestaat in de onderneming, moet hij of zij de hoogrisicocontacten in de onderneming opsporen. Het gaat hier niet alleen over collega’s maar ook over leidinggevenden, de werkgever en anderen (bijvoorbeeld uitzendkrachten of klanten) met wie de besmette werknemer op het werk in contact is geweest en die dus mogelijks besmet zijn. De arbeidsarts moet zich daarbij natuurlijk houden aan de richtlijnen zoals die door de overheid (Sciensano) worden bepaald. De arbeidsarts houdt zich niet bezig met op opsporen van risicocontacten buiten de onderneming (familie, vrienden, andere contacten…). Dit is en blijft de opdracht van de contacttracers. De contactopsporing kan dus ook enkel plaatsvinden als de betroffen werknemer fysiek aanwezig was in dagen voor de positieve test of voor het optreden van de symptomen. Indien een telewerker positief test is het m.a.w. niet de taak van de arbeidsarts om contacttracing te organiseren. De arbeidsarts kan ook oordelen dat er risico op een Coronauitbraak is door bijvoorbeeld contacten met besmette derden (onderaannemers, klanten, bezoeker…) en daarom hoogrisicocontacten gaan opsporen. Voor uitzendkrachten hanteert het KB het principe dat de gebruiker verantwoordelijk is voor het welzijn op de werkvloer. De arbeidsarts van de gebruiker staat dan ook in voor de contactopsporing als een uitzendkracht positief test op COVID19. De uitzendkracht moet een eventueel quarantaineattest vervolgens bezorgen aan het uitzendkantoor (zie verder).

 

Verstrekken van quarantaineattesten
Als uit het resultaat van de contactopsporing blijkt dat er hoogrisicocontacten geweest zijn binnen de onderneming, dan moet de arbeidsarts voor deze werknemers quarantaineattesten uitschrijven. Het betreft hier hetzelfde attest dat ook door huisartsen wordt uitgeschreven. De arbeidsarts brengt de werkgever ook op de hoogte van het feit dat hij of zij deze attesten heeft uitgeschreven. De werkgever dient er natuurlijk op toe te zien dat de werknemers zich aan deze attesten houden door bijvoorbeeld telewerk te organiseren of tijdelijke werkloosheid in te roepen. Ook hier weer is het duidelijk dat enkel attesten worden uitgeschreven voor werknemers die fysiek aanwezig zijn. De arbeidsarts kan geen attesten voor derden (vb. familieleden) uitschrijven. Doorverwijzen voor een COVID-19-test De arbeidsarts heeft sedert enige tijd ook de mogelijkheid werknemers door te verwijzen voor een COVID-19-test. De arts kan dit wel enkel voor de werknemers van de bedrijven waarvoor hij verantwoordelijk is (het eigen bedrijf voor interne bedrijfsartsen of de aangesloten ondernemingen voor externe preventiediensten). Hij heeft wel altijd de mogelijkheid om testen aan te vragen voor mensen die geen arbeidscontract met de onderneming hebben, maar wel deel van de risicopopulatie uitmaken (uitzendkrachten, consultants, stagiairs, vrijwilligers…). De aanvraag kan ook enkel gebeuren voor werknemers die fysiek op de werkplek aanwezig zijn. Het is m.a.w. niet de bedoeling telewerkers in het proces te betrekken.

Testen mogen voor een aantal groepen van werknemers worden aangevraagd:
1. werknemers die geïdentificeerd zijn als een hoogrisicocontact;
2. werknemers waarvoor de arbeidsarts een test noodzakelijk acht om een dreigende uitbraak in de onderneming te bestrijden (clustermanagement);
3. werknemers die meestal niet in België wonen en hier slechts een beperkte periode werken, en waarvan ten minste één de symptomen vertoont of positief getest heeft op COVID19 (clustermanagement);
4. werknemers die een zakenreis naar het buitenland moeten maken, waarvoor een negatieve COVID-19-test nodig is;
5. werknemers in bepaalde specifieke omstandigheden, na de beslissing van de bevoegde overheid en in overleg met de FOD WASO

 

Zelf COVID-testen afnemen
Wanneer de arbeidsarts dat aangewezen acht mag hij ook zelf testen afnemen (of onder zijn verantwoordelijkheid laten afnemen). De arts kan hiertoe besluiten wanneer de testcapaciteit onder druk staat of bijvoorbeeld wanneer hij oordeelt dat de verplaatsing naar een testcentrum een te groot besmettingsrisico inhoudt.

Het spreekt voor zich dat deze afnames onder de correcte omstandigheden moeten gebeuren (passende PBM's zoals FFP2-maskers, gelaatsbescherming, schort en handschoenen) en met het juiste testmateriaal. Als de testen zelf worden afgenomen, dan moet de arbeidsarts de resultaten ervan aan de overheid en aan de behandelende arts (mits toestemming van de werknemer) melden. Op deze wijze kan de overheid de contacttracing naar anderen organiseren: familie, vrienden… Deze registratie is natuurlijk ook belangrijk om een zicht te blijven hebben op de epidemiologische situatie. Als iedereen op eigen houtje begint te testen zonder de resultaten te centraliseren weet op de lange duur natuurlijk niemand meer hoeveel besmettingen zich waar hebben voorgedaan.

 

Gevolgen voor de ‘normale’ werkzaamheden
Gezien de tijd die de arbeidsarts in de beheersing van de pandemie moet steken, wordt de mogelijkheid geschapen de reguliere werkzaamheden (tijdelijk) op te schorten. Het periodiek gezondheidstoezicht, spontane raadplegingen, re-integratiebeoordelingen… zullen eventueel moeten wijken voor de bijkomende taken. Vanzelfsprekend kan dit opschorten enkel als de arbeidsarts effectief tijd in de pandemiebestrijding moet steken. In overleg met de werkgever kan gekeken worden welke activiteiten tijdelijk op een lager pitje zullen gezet worden.

Tegelijkertijd wordt de mogelijkheid geboden om teleconsultaties uit te voeren. Wanneer het niet echt noodzakelijk is de werknemer fysiek te zien of te onderzoeken kan een consultatie via video of telefoon plaatsvinden. Teleconsultaties zijn enkel toegestaan ingeval van onderzoeken bij werkhervatting, onderzoek in het kader van moederschapsbescherming, spontane raadplegingen, bezoeken voorafgaand aan de werkhervatting en medische vragenlijsten als aanvullende medische handelingen, uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van de arbeidsarts. Als een arbeidsarts een teleconsultatie uitvoert maakt hij of zij hiervan melding op het formulier voor gezondheidsbeoordeling.

Wat nooit via teleconsultatie mag en wat ook niet opgeschort mag worden, is de voorafgaande gezondheidsbeoordeling. Deze onderzoeken moeten trouwens altijd voorrang krijgen op eventueel andere onderzoeken.

 

 

Verplichtingen van de werkgever en van de werknemers
Vanzelfsprekend brengt een dergelijk KB ook een aantal verplichtingen voor de twee partijen, werkgevers en werknemers, met zich mee. Beide partijen moeten hun volle medewerking aan de arbeidsarts verlenen en hem of haar alle nodige informatie bezorgen. Zeer belangrijke informatie, waar alles mee staat of valt, is het melden van elke besmetting die relevant is voor het voorkomen van verspreiding van het virus op de werkvloer. Dit betekent dat niet enkel besmettingen die op de werkvloer zijn opgelopen moeten gemeld worden, maar ook werknemers die elders besmet zijn, maar nog fysiek op het werk geweest zijn kort voor of na de bevestiging van een positieve test. Hetzelfde kan gezegd worden van klanten, externen, onderaannemers… die positief getest hebben en fysiek op de werkplaats aanwezig geweest zijn.

Als de arbeidsarts als gevolg van de contactopsporing of de testen die hij heeft uitgevoerd bepaalde maatregelen voorstelt, dan zal de werkgever daar gevolg aan geven. Dit betreft bijvoorbeeld het opleggen van quarantainemaatregelen, maar ook het aanpassen van bestaande procedures. Dit laatste wordt trouwens expliciet als taak voor de werkgever vermeld: de werkgever gaat na of genomen maatregelen voldoende waren, of dat deze moeten worden aangepast. Hiervoor moet er dringend en vooraf met het CPB overlegd worden.

 

Impact op de tarifering
In het KB is ook opgenomen hoe de implementatie ervan financieel moet geregeld worden. Wat is m.a.w. de impact ervan op tarificatie. Dit geldt natuurlijk enkel voor externe diensten voor preventie en bescherming op het werk. Voor werkgevers van categorie C of D, die in hun interne dienst niet beschikken over een interne preventieadviseur niveau I of II, worden de taken uit dit KB beschouwd als algemene prestaties in ruil voor de forfaitaire minimumbijdrage. Voor de werkgevers van categorie A, B of C, die in hun interne dienst wel beschikken over een preventieadviseur niveau I of II, worden deze taken aangerekend in PE’s of preventie-eenheden. Als alle PE’s geconsumeerd zijn overeenkomstig wordt de berekening gedaan cfr artikel II.3-19, § 2, 2° van de Codex over het Welzijn op het Werk.

 

In het kort samengevat
Samengevat kunnen we zeggen dat de arbeidsarts een aantal taken in de pandemiebestrijding krijgt toegewezen: hij moet de contacttracing binnen de onderneming ondersteunen, hij kan testen aanvragen of zelf (laten) uitvoeren en hij moet quarantaineattesten uitschrijven. Vanzelfsprekend moet hij ook toezien op de uitvoering van de voorgestelde maatregelen. Om tijd vrij te maken voor deze taken mag een deel van het reguliere werk opgeschort worden en kunnen een aantal consultaties telefonisch gevoerd worden. Maar dit alles staat of valt natuurlijk met de melding van besmettingen aan de bedrijfsarts. Nog al te vaak is hij pas op de hoogte als het al te laat is om een adequate contacttracing uit te voeren.

 

 

CLB Group
Industrieterrein Kolmen 1085
3570 Alken
011 31 23 41
011 31 45 67
Volg ons op