09.03
2022

BB en GBA: Brigitte Bardot en Germinal Beerschot Antwerpen?

De meeste mensen denken inderdaad misschien spontaan aan een filmdiva uit een ver verleden en aan een ter ziele gegane voetbalploeg als ze ergens de afkortingen BB of GBA zien. De preventieadviseurs van CLB Externe Preventie denken daarbij onmiddellijk aan: ‘Bedrijfsbezoek’ en ‘Gemotiveerd Beleidsadvies’. Dat is het alleszins vanaf 1 januari van dit jaar. Toen is immers het KB van 14/08/2021 in voege getreden. Deze wettekst, die met zijn volle naam ‘Koninklijk besluit tot wijziging van de codex over het welzijn op het werk wat de bedrijfsbezoeken en het beleidsadvies betreft’ verscheen op 23 augustus van het vorige jaar in het Belgisch Staatsblad. Dat de koning in vakantiemodus was toen hij het KB ondertekende – hij deed dat, zo kunnen we lezen, vanuit zijn vakantieoord op l'Ile d'Yeu – valt er niet aan te merken. Het is serieuze kost, zeker voor onze preventieadviseurs, maar ook voor u als werkgever.

Zoals de titel van het KB aangeeft gaat het zowel over de bedrijfsbezoeken als over een gemotiveerd beleidsadvies: het tweede kan in feite niet zonder het eerste. Dit KB heeft zoals zo vaak vele vaders (of moeders). Enerzijds heeft de inspectie van TWW (Toezicht Welzijn op het Werk) reeds in 2017 vastgesteld dat C- en D bedrijven m.b.t. bedrijfsbezoeken stiefmoederlijk behandeld werden in vergelijking met hun grotere broers, de A, B en C+ bedrijven. Deze mindere behandeling had zowel op de frequentie van de bezoeken als op de kwalificatie van de bezoekers betrekking. Anderzijds was er Advies nr. 215 van de Hoge Raad voor Preventie en bescherming op het Werk over de prestaties van de externe diensten. We kunnen dit stuk nieuwe wetgeving in drie delen splitsen: de informatieplicht van de externe dienst bij aansluiting van een onderneming, de organisatie van de bedrijfsbezoeken en het gemotiveerd beleidsadvies. De drie delen zijn echter onlosmakelijk met mekaar verbonden.

Informatieplicht bij aansluiting
Vanaf nu moet de EDPB (externe dienst voor preventie en bescherming) zo snel mogelijk en zeker binnen de 2 maanden na aansluiting aan de C- en D-bedrijven (de kleinere ondernemingen) een pakket algemene informatie geven dat betrekking heeft op:

  • de specifieke gevaren die verbonden zijn aan de sector en/ of aan de activiteiten van het bedrijf. Dit kan gebaseerd zijn op de gekende risico’s die eigen zijn aan de NACEcode van het bedrijf, of ze kan gelinkt worden aan reeds bestaande info;
  • de aan deze gevaren verbonden goede praktijken en preventiemaatregelen en praktische hulpmiddelen en tools die de werkgever kunnen helpen bij het op poten zetten van een doeltreffend preventiebeleid;
  • informatie over de prestaties die in het basispakket zitten, over het beleidsadvies en hoe dit te raadplegen (bij voorkeur elektronisch) en
  • de werking van de elektronische inventaris van alle geleverde prestaties bij een werkgever. Het informatiepakket maakt deel uit van het beleidsadvies. In concreto betekent dit voor deze bedrijven (de niet-PE-bedrijven) dat het opgenomen wordt in het basispakket en niet apart gefactureerd wordt.

Bedrijfsbezoeken
Voor het bedrijfsbezoek wordt er enerzijds een onderscheid gemaakt naar de grootte van het bedrijf en naar het moment van het bezoek. Om met het laatste te beginnen: de externe dienst zal in eerste instantie een ‘Verkennend bedrijfsbezoek’ uitvoeren. De naam laat het al vermoeden; dit bezoek moet ons toelaten een zicht te krijgen op de activiteiten en de eraan verbonden risico’s van het nieuw aangesloten bedrijf. Voor A, B en C+ bedrijven moet dit bezoek samen met de risicoanalyse
die door de werkgever reeds opgemaakt werd, duidelijk maken welke gevaren en risico's aanwezig zijn. Het moet ook resulteren in een advies over de functies en de werkposten waarvoor gezondheidskundig toezicht noodzakelijk is. Ook moet er een advies geformuleerd worden over de bijkomende opdrachten en taken die de externe dienst kan/moet bieden. Welke disciplines (arbeidsveiligheid, ergonomie, psychosociale, arbeidshygiëne) moeten bijkomend ondersteuning bieden. Dit alles wordt opgenomen in het identificatiedocument.

Voor de kleinere bedrijven (C- en D) wordt de informatie die uit het verkennend bedrijfsbezoek voortvloeit gebruikt om het beleidsadvies te formuleren (zie verder). De bedrijfsbezoeker zal trachten alle aanwezige gevaren te identificeren, en dit voor alle welzijnsdomeinen. De verschillende risico's worden geëvalueerd en er wordt er een lijst van 5 prioritaire risico's opgesteld. Voor deze prioritaire risico’s worden aanbevelingen en afspraken gemaakt hoe ze moeten/kunnen aangepakt worden. Ook voor de C- en D bedrijven wordt tijdens het bedrijfsbezoek gekeken welke functies onderworpen zijn aan medisch toezicht.

Wat de timing betreft moet dit verkennend bedrijfsbezoek voor de sectoren met minder risico’s (tariefgroepen 1 en 2) gebeuren binnen de 12 maanden na aansluiting en voor de bedrijven uit tariefgroepen 3, 4 en 5 (de zwaardere risico’s) binnen de 6 maanden na aansluiting. Wanneer het bedrijf bestaat uit verschillende vestigingen (bv. winkels, horecazaken …) of wanneer er tijdelijke arbeidsplaatsen zijn (bv. bouwwerven), dan vindt het eerste bezoek plaats op de hoofdzetel en wordt het aangevuld met een bezoek aan één of meerdere type van arbeidsplaatsen. Deze plaatsen worden door de werkgever en de interne preventieadviseur (IPA) gekozen en moeten de bedrijfsbezoeker een duidelijk beeld geven over de activiteiten en de risico’s van de onderneming. Daarna wordt er een tijdsschema opgesteld om de andere vestigingen bezoeken.

Eens de samenwerking opgestart is, volgen er natuurlijk nog periodieke bedrijfsbezoeken. Ook hier verandert de regelgeving fundamenteel. Voor A, B en C+ bedrijven is de minimumfrequentie vastgelegd op 24 maanden. C- en D bedrijven moeten minstens één keer om de drie jaar bezocht worden als ze tot tariefgroep 1 of 2 horen. Kleinere bedrijven uit de tariefgroepen 3, 4 of 5 (grotere risico’s) worden ook minimaal tweejaarlijks bezocht. Ook hier is de doelstelling verschillend in functie van de omvang van de onderneming. Voor de grotere bedrijven (A, B en C+) is het doel in feite hetzelfde als dat van het verkennend bezoek: de gevaren en de risico’s identificeren en evalueren en het preventiebeleid bijsturen indien nodig.

Voor de niet-PE-bedrijven moeten de periodieke bezoeken helpen het beleidsadvies te actualiseren. Deze aanpassing gebeurt niet alleen op basis van de bevindingen van het bedrijfsbezoek. Ook de (ernstige) arbeidsongevallen, de interventies van de preventieadviseur (PA) psychosociale, de resultaten die voortvloeien uit het medisch toezicht en de evaluatie van incidenten moeten helpen het beleidsadvies up-to-date te houden. Dit houdt ook in dat de lijst met de 5 prioritaire risico’s kan aangepast worden.

Dit KB wijzigt ook het type bedrijfsbezoeker in functie van het type bedrijf. In principe kan elke arbeidsarts, preventieadviseur of adjunct preventieadviseur met niveau II een bedrijfsbezoek doen. De externe dienst moet de bezoeker aanpassen aan de risico’s die zich in het bedrijf voordoen: psychosociale, ergonomie, arbeidshygiëne …

Een bedrijfsbezoek omvat, naast het controleren van de administratie (identificatiedocument, GPP, JAP …) een rondgang door de arbeidsplaatsen samen met de werkgever en de interne preventieadviseur (IPA). Achteraf wordt een verslag gemaakt waarin de concrete vaststellingen opgenomen worden. Indien nodig kan er beeldmateriaal aan dit verslag toegevoegd worden.

Gemotiveerd beleidsadvies
Het beleidsadvies is iets dat reeds enkele jaren bestaat. Wat nieuw is in dit KB is dat alle informatie die de externe dienst heeft (uit de informatieplicht, uit het verkennend bedrijfsbezoek, uit de periodieke bezoeken en uit de interventies die de dienst gedaan heeft) gebruikt moet worden om een beleidsadvies op te stellen.

Het moet een dynamisch instrument zijn dat de C- en D werkgevers moet helpen een doeltreffend preventiebeleid op maat van hun onderneming te ontwikkelen. Zoals reeds aangehaald moet dit advies snel na aansluiting gegeven worden, maar moet het ook op periodieke basis geactualiseerd worden. Dit gebeurt na de periodieke bedrijfsbezoeken, maar ook naar aanleiding van interventies van de preventieadviseurs van de externe dienst.

Zoals reeds aangehaald zijn de verschillende delen van deze nieuwe wetgeving onlosmakelijk met mekaar verbonden. Het beleidsadvies is dan ook een dynamisch instrument dat de werkgever moet helpen bij de uitwerking van een adequaat preventiebeleid. Het globaal preventieplan en het jaaractieplan zullen rechtstreeks of onrechtstreeks door dit advies ‘gevoed’ worden.

Hoe heeft CLB EDPB dit KB vertaald naar de praktijk?
Samen met CLB IT Solutions, de ‘informatica-tak’ van de CLB Group, hebben we een systeem op poten gezet waarin veel van de gevraagde informatie op een eenvoudige manier gegenereerd kan worden. CLB Externe Preventie heeft een overzicht gemaakt van de NACE-codes van al zijn aangesloten bedrijven. Verschillende NACE-codes zijn dan in tweede instantie samengevoegd tot een aantal sectoren. Vervolgens hebben we dan voor de verschillende welzijnsdomeinen de voornaamste risico’s opgelijst. Tegelijkertijd worden over de disciplines heen de 5 prioritaire risico’s bepaald. Dit alles is natuurlijk geen statisch gegeven. De bedrijfsbezoeker, maar ook de andere preventieadviseurs kunnen deze risico’s aanpassen aan de specifieke situatie van het betrokken bedrijf. Niet alle bedrijven uit de sector houtindustrie hebben immers dezelfde risico’s.

Voor alle C- en D bedrijven zal er een document op de klantenzone geplaatst worden. Dit document, het beleidsadvies, zal alle info bevatten die door de nieuwe wetgeving vereist is. De 5 prioritaire risico’s worden besproken, welke methodiek zal CLB Externe Preventie hanteren en hoe zal ze alle dynamisch opvolgen. Daarenboven zal in dit document opgenomen worden wat er in het basispakket zit en kan men de contactgegevens van het CLB team terugvinden. Tenslotte zal er meer uitleg gegeven worden over wat de werkgever allemaal op de klantenzone kan terug vinden en hoe hij hier dynamisch gebruik van kan maken.

10.05
2022

Daar is de lente, daar is de zon, maar daar zijn ook de pollen

Daar is de lente, daar is de zon, bijna maar ik denk dat ze weldra zal komen. Zo begint ‘Een Vrolijk Lentelied’ van Jan De Wilde. Voor veel mensen is deze periode echter niet zo vrolijk: pollen en stuifmeel, weet u wel. Niezen, tranende ogen, een verstopte of een lopende neus, piepende ademhaling … Als het al niet uit eigen ervaring is, kent iedereen wel iemand die hiermee geconfronteerd wordt. Hooikoorts (pollen- of stuifmeelallergie) is echter maar één van de vele vormen van allergie. In dit artikel willen we wat dieper ingaan op deze aandoeningen, met speciale aandacht voor beroepsgebonden allergieën.

10.01
2022

Als het houtstof om je hoofd is verdwenen

In de jaren 60 van de vorige eeuw zong Boudewijn De Groot ‘Als de rook om je hoofd is verdwenen’. Als die rook verdwenen was, dan scheen de zon en was alles mooi. Als het houtstof om uw hoofd is verdwenen, zou u wel eens in een minder mooie wereld wakker kunnen worden.

09.11
2021

Zeg nooit ‘Het is maar een griepke’ tegen een ‘influenza-infectie’

Vaak hoort u mensen in de wintermaanden, nadat ze ziek geweest zijn, wel eens zeggen dat het ‘maar een griepke was’. De afgelopen winter hebben we mensen dat echter niet horen zeggen. Door alle maatregelen die genomen werden om de Corona-epidemie in te dijken, hebben we hier in het Westen immers geen griepepidemie gekend. Griep, of met zijn wetenschappelijke naam influenza, is echter niet zo onschuldig als men vaak wel denkt

CLB Group
Industrieterrein Kolmen 1085
3570 Alken
GPS-adres: Stationsstraat 108
011 31 23 41
011 31 45 67
Volg ons op